Brief aan Silvester Brobbel, beeldend kunstenaar
Betreft: beschrijving Continuüm; silent sound / son silencieux, en I.T. ofwel L’Infini de l’espace
inzake registratie auteursrechten Silvester Brobbel Belastingdienst Amsterdam d.d.
12 februari 2007
Silvester,
Na het Continuüm waaraan je bent gaan werken om 10.55 op 9 juli 1998 en dat je beëindigde om 10.55 op 9 juli 2000, heb je een sculptuur gemaakt die nu een jaar in ‘Huize Piranesi’ staat. Dit werk treft mij steeds opnieuw door zijn stilte die samenvalt met een onhoorbaar geluid, zolang er geen wind door het huis waait. Zodra ik deuren of ramen tegen elkaar openzet, ontstaat er een klank als van riet aan de rand van een meer dat door de wind beroerd wordt. Ik voel de behoefte jouw sculptuur van 196 metalen negen-en-negentig centimeter hoge rietstengels, gevat in een blauw vierkant van 0.30 x 0.30 m., een naam te geven, zoals ik je 243 tekeningen van 18 bij 24 centimeter de naam Continuüm mocht geven. Ik noem de sculptuur die jij al hamerend in een bezeten stemming op 30 juli 2004 beëindigde, silent sound / son silencieux.
Het experimentele Project waaraan je werkt sinds 20 november 2000 tot nu, lijkt in een beslissende fase, zoals je eigen leven. Mijn voorstel is om het de naam I.T. te geven, zoals bij de geboorte van een mens. De naam I.T. staat niet voor ‘Information Technology (IT)’ maar voor ‘Immanent-Transcendent (I.T.)’: het ervaren van de diepte van het bestaan op de grens van leven en dood. Pessoa beschrijft deze ervaring met de woorden: “op de bodem van ruimte en tijd”.
Ik begrijp de woorden van Pessoa alsvolgt: er is niets dat buiten het bestaan valt. We kunnen het ‘niets’ in absolute zin niet denken. Het woord ‘niets’ betekent slechts: ‘niet-iets’, bijv. ‘niet-jij’ of ‘niet-ik’. De bewustwording niet langer ‘jij’of ‘ik’ te zullen zijn, is heftig genoeg maar het tast het alles-omvattende zijn niet aan. Dat is immuun voor de ‘dood’, want het zijn bestaat bij de gratie van transformatie. Het omvat alle vormen en gestalten in een ‘perpetuum mobile’. Het zijn kent geen dood. Participeren aan het zijn noem ik ‘immanentie’ ofwel ‘I’, en het onsterfelijke zijn ‘transcendentie’ ofwel ‘T’. Vandaar I.T. Het verschilt slechts door een punt van IT ofwel ‘information technology’, maar die punt is voldoende voor het onderscheid.
Jouw I.T.-project is verwant aan IT want het genereert zonder enige tijdlimiet een oneindig aantal reflecties, afhankelijk van de bewegingen tussen een mens en het kosmisch licht. Evenals Continuüm en silent sound / son silencieux, draagt I.T. alle sporen van de sensatie, de gewaarwording, de beroering van onze zintuigen “op de bodem van ruimte en tijd”. Maar de verwantschap van jouw project met IT geldt niet alleen de ‘informatie’. Hij raakt ook de ‘techniek’.
Na jaren experimenteren, waarbij je bewust of onbewust je gezondheid geriskeerd hebt door het werken met venijnige stoffen, ben je erin geslaagd een gelaagde structuur te creëren die even verhullend is als de aardkorst of de buitenhuid van een kristal. Het boren – met de hand of computer-gestuurd - in het keiharde oppervlak onthult de verborgen dimensies. Het boren laat de tijd van de verflagen die je nodig had voor het ontstaan van het gehard-gelaagde oppervlak, in retrospectief oplichten en daardoor zichtbaar worden…het is als het blootleggen van een gevoelige zenuw. Het oog reflecteert het zijn in wording.
Iedere keer dat je mij een exemplaar van je project laat zien, trek je mij de diepte in. Het is een ervaring die je werk bij mij oproept om vervolgens een weg af te leggen waar woorden en beelden zich oplossen.
Tot slot: een andere naam voor je I.T.- project, een poëtisch-filosofische naam:
L’Infini de l’espace. Ik ontleen deze woorden aan Les Pensées van Pascal, waarin hij beschrijft, hoe het oneindige van de ruimte hem angst inboezemt. Pascal dacht vanuit de ‘andere kant’, vanuit een transcendente God die hij als jansenist achter de horizon van een tot dan vertrouwde, goddelijke kosmos zag verdwijnen. Jij bent erin geslaagd – zonder enig godsgeloof – de relatie tussen het goddelijke of transcendente, en de ons gegeven werkelijkheid te herstellen. Je bent hierin geslaagd, niet door eerst een godheid te postuleren maar door met papier en potlood; metaal en hamer; hout en verf aan het werk te gaan. Je staat in een traditie van duizenden jaren: die van de grotschilderingen in de Sahara en Lascaux; van Chinese en Japanse landschapschilders en kalligrafen tot de Vlaamse en Hollandse meesters uit de late Middeleeuwen tot en met de 17de eeuw.
Je werk en techniek in L’Infini de l’espace zijn revolutionair. Laten we er alles aan doen om je auteursrechten en de kwaliteit van dit oeuvre te waarborgen.
Fons
PS Voor een beschrijving van Continuüm: ga naar www.fonselders.nl – click on Projects; go to 2001; click on Valedictory lecture in the Dom Church of Utrecht, p. 9 ch. 7. Text in Dutch.
For a printed version in english: Fons Elders, The Sublime and The Beautiful - On Ontology and Creative Imagination. VUB Brussels University Press, 2001 isbn 90-5487 – 244 -6, pp.38-41.
31 januari 2007