Laudatio voor Connie van Pelt: Pierre Klossowski, filosoof van de eros
Senaatszaal / Academiegebouw Universiteit Utrecht; dinsdag 6 juni 2006, 10.30 uur
Lieve Connie,
Het is mij een oprecht genoegen de laudatio, letterlijk een lofprijzing, te mogen uitspreken, mede namens je inspirator Hubert Dethier.
Onze kennismaking vond plaats circa één uur 's nachts. Jij belde me, omdat je mij enkele uren eerder in VPRO's De Avonden, als deelnemer aan een gesprek over de jaren zestig, had horen zeggen: "Ik bestudeer de Gnosis, want wij denken verkeerd over sex". Jij was geraakt door die zin en je dacht: die man begrijpt er iets van.
Onze eerste ontmoeting vond plaats op de zevende verdieping van het Vierwindenhuis, waar de dakramen van mijn studio alleen uitzicht boden op duisternis en licht, zon, maan en wolken. Ik was onder de indruk van je bevlogenheid met als resultaat, na het raadplegen van Hubert, dat wij beiden je hebben begeleid op je jarenlange reis door de teksten en beelden van K.. We deden dat niet als gids maar als stimulator, criticus en inspirator.
Het resultaat van je onderzoek is indrukwekkend, en wel om twee redenen:
Ten eerste de moeilijk te overschatten betekenis van de cultuurfilosofie en erotische beelden van PK. K. weeft een draad van Ariadne door de breuklijnen van de Europese mythische geschiedenis. De draad van Ariadne is de draad van een autonome, vrouwelijke eros . Klossowski's verbeeldingskracht revitaliseert de prehistorische godin in onze tijd, en daardoor ook de Grieks-Romeinse cultuur, bij monde van de Romeinse matrones. De Romeinse matrones confronteren ons met iets dat lijkt op prostitutie in de tempel, voor christenen een contradictio in terminis, maar niet voor de Japanse keizer die al sinds duizenden jaren, voorafgaand aan de troonbestijging, een nacht doorbrengt met de zonnegodin Amaterasu, zoals je kunt lezen in mijn Het Laatste Vliegend Tapijt . Ook geen tegenspraak voor Giulia, een Napolitaanse non in de 16 de eeuw die de vleselijke naastenliefde beoefende, en daarvoor door de Inquisitie ter dood gebracht is, zoals Zielen van Napels , een docu-film van Vincent Monnickendam, ons vertelt.
De kracht van K.'s oeuvre ligt in de synthese van sex en religie , ofwel eros . De ervaring van eros impliceert het vervloeien van zintuiglijke én psychische ervaringen in een totale overgave, het voorportaal van kosmisch bewustzijn. Welnu, het is de totale overgave die de Europese man en in zijn kielzog de blanke Amerikaan, al twee à drieduizend jaar afwijst. Die afwijzing is de kern van de Westerse patriarchale cultuur. Het christendom van kerkvader Augustinus heeft hierbij de leiding. Het zal je niet onbekend zijn dat Benedictus XVI een bewonderaar is van deze kerkvaarder. Er verandert in de loop der eeuwen dus minder dan velen geneigd zijn te denken. Ook secularisten vanaf Markies de Sade tot heden zijn doorgaans niet in staat de eros als synergie van sex en religie te ervaren. Daardoor ontbreekt de motivatie tot een diepgaande transformatie van de mannelijke sexuele energie, een noodzakelijke voorwaarde voor een transformatie van het patriarchale paradigma.
Vanuit dit perspectief neemt K.'s oeuvre een sleutelpositie in voor de basiswaarden van een Europese Constitutie. Immers, de term 'religie'en niet de term 'christendom' is vanuit de prehistorie de juiste bewoording in een Europese Grondwet, niet alleen vanuit het verre verleden maar ook naar de verre toekomst. In dit opzicht graaft Klossowski's filosofie dieper dan die van zijn tijdgenoten, inclusief Heidegger.
Ook kentheoretisch is K. belangrijk. Hij begrijpt dat ervaring en reflectie niet tot hetzelfde niveau behoren. Er bestaat een hiërarchie tussen beiden, ten gunste van de ervaring. De ervaring gaat vooraf en volgt op de reflectie. Zij valt er nooit mee samen. Klossowski maakt duidelijk dat een ervaring zonder eros fundamenteel incompleet is.
Tot zover de eerste reden voor de moeilijk te overschatten betekenis van je onderzoek.
De tweede reden ben jij zelf. Tijdens een meer dan 15-jaar durende studie, ben je erin geslaagd de vaak mysterieuze teksten en beelden van K. te ontcijferen. Dit is je gelukt doordat je de moed hebt gehad je niet te onttrekken aan de vele obstakels die hij voor zijn lezers opwerpt om hen geen te gemakkelijke sleutel in handen te geven. Jouw studie maakt duidelijk waarom K. dit verplicht was aan zich zelf. Hij wilde immers zulke vergaande tegenstellingen op een dieper niveau verzoenen dat hij daarmee noodzakelijkerwijs opereert aan de grenzen van het voorstelbare.
U hoort het goed, dames en heren, Connie's onderzoek bevindt zich aan gene zijde van wat vele, zo niet de meeste lezers, zich kunnen voorstellen en dus kunnen denken. Jij verwoordt het dilemma van het onvoorstelbare alsvolgt: wie het universum van de begeerte wil ondergaan, moet de vorm loslaten - en het is juist de vorm, waaraan het mannelijke zo gehecht is. Je pleit voor het vloeibare, voor de riviergod Alphea en je suggereert dat de commentaar van Michel Foucault op het werk van K. met de titel Het proza van Aktaion , in een diepere zin Het proza van Alphea had kunnen heten.
Je bent er eveneens in geslaagd de breuken in leven en werk van K., 1947 en 1974, inzichtelijk te maken doordat je de betekenis van zijn idee eros begon te begrijpen. Dit eros-idee maakt ook zijn hernieuwde interpretatie van Sade en Nietzsche inzichtelijk.
Je bent er bovendien in geslaagd de commentatoren in hun begrip én onbegrip van K. in interpretatiekracht te overtreffen.
Je hebt in het voetspoor van K. begrepen dat men niet zonder demonische list over het grote geheim van de eros kan spreken. Je vat dit inzicht treffend en paradoxaal samen in de zin: "te veel zien komt neer op een blinde vlek".
Maar je doet meer. Je analyses over de betekenis van het simulacrum en de rol van de demon als bemiddelaar van het erotisch godsbeeld, geven inzicht in de gelaagdheid van Klossowski's teksten en beelden, en daarmee van de polyvalente kracht van roman en beeldende kunst.
Je hebt de revolutionaire potentie begrepen van pornografie: van markies de Sade en de Bastille, of Abu Graib en de neergang van de Bush dynastie. Pornografie draagt bij aan de transformatie van het politieke landschap,
Tot slot: Klossowski staat nogal eenzaam aan de zijlijn van de Europese filosofie en kunst. Jij hebt hem toegankelijk gemaakt voor het nageslacht, een reden waarom wij vinden dat je boek tenminste in het Frans vertaald moet worden. Ik kan je hier meedelen dat we ons daarvoor zullen inzetten.
FE / Kapberg, 5 juni 2006